• Bert Fraussen

De erfenis van de pandemie: terug naar de essentie van belangenvertegenwoordiging?

Belangenvertegenwoordiging heeft de afgelopen maanden niet enkel figuurlijk maar ook letterlijk achter de schermen plaatsgevonden. Zowel gesprekken met beleidsmakers als met leden verliepen online. Nu het licht aan het einde van de Corona-tunnel zichtbaar wordt, is het nuttig na te denken welke strategische en organisatorische implicaties de pandemie op lange termijn kan hebben. In welke mate heeft deze periode van digitaal werken belangenvertegenwoordiging blijvend veranderend?


Op strategisch vlak hebben belangenorganisaties twee verschillende routes, die ze ook vaak combineren: een inside strategie gefocust op directe contacten met beleidsmakers, of een outside strategie die meer indirect beleidsmakers probeert te beïnvloeden via de (sociale) media. Waar tijdens de pandemie alle kanalen voor outside lobbyen beschikbaar bleven, was dit voor inside lobbyen niet het geval. Face-to-face contact was beperkt en vaak zelfs onmogelijk. Hierdoor verdwenen ook de meer informele, onverwachte gesprekken die in de context van zulke persoonlijke ontmoetingen regelmatig plaatsvinden. Net dit soort gesprekken zijn cruciaal om voorkeuren en gevoeligheden accuraat te communiceren, en de posities van beleidsmakers en andere maatschappelijke organisaties beter in te schatten.


Voor gevestigde waarden die al een vertrouwensrelatie met bepaalde beleidsmakers hadden was de impact hiervan beperkt. Zij stonden al op hun radar en wisten de weg naar het computerscherm van relevante politici te vinden. Voor nieuwkomers in de politieke arena en organisaties die minder frequent bij kabinetten over de vloer kwamen, vormde deze context een veel grotere uitdaging. Het is moeilijk om via digitale wegen vertrouwensrelaties op te bouwen. Waar sommige organisaties wekelijks aan tafel zaten met elkaar en relevante beleidsmakers, hadden andere spelers veel moeilijkheden om aandacht te verkrijgen, ook al waren zij even zwaar getroffen. Het is maar de vraag of deze ongelijke verdeling in aandacht van beleidsmakers en steunmaatregelen in de komende maanden evenwichtiger wordt, of net verergert als ook andere beleidsthema’s opnieuw meer aandacht opeisen.


Een belangrijke maar onderbelichte organisatorische implicatie is dat deze crisis ook de cruciale rol van belangenorganisaties als brug tussen maatschappij en beleid bevestigd en versterkt heeft. Beleidsmakers verkeerden in een onzekere situatie, en zochten nog vaker dan gewoonlijk naar advies en houvast bij beroeps- en industriefederaties. Die werden zelf ook veel vaker gecontacteerd door leden, die een grote behoefte hadden aan helderheid over de huidig spelregels.


Deze crisis bevestigde dat goed functionerende verenigingen vanuit maatschappelijk en bestuurlijk oogpunt eigenlijk onmisbaar zijn, en een cruciale rol spelen in de informatiedoorstroming van leden naar beleidsmakers en omgekeerd. De organisaties die deze vertegenwoordigende en verbindende rol de afgelopen maanden goed ingevuld hebben, en dus oog hadden voor zowel behoeften van leden als vragen van beleidsmakers, zullen hier in de komende periode wellicht de vruchten van plukken en hun maatschappelijke positie verder versterken.